Plusklas & Doeklas

Graag geven wij u informatie over de zorg voor onze meer- en hoogbegaafde leerlingen. Daarnaast leggen we uit hoe we binnen onze school zorg geven aan onze minder- en zwakbegaafde leerlingen.

 

Meer- en hoogbegaafde leerlingen opsporen  

 

Op onze school start het signaleren van meer- en hoogbegaafdheid al bij de aanmelding. Wanneer een kleuter wordt aangemeld kunnen ouders in het aanmeldingsformulier aangeven of zij een vermoeden hebben van een ontwikkelingsvoorsprong. Ook ouders die hun kind tussentijds aanmelden bij ons, krijgen gerichte vragen over dit item in het aanmeldingsformulier.

 

We gebruiken een apart leerlingvolgsysteem om meer- en hoogbegaafde leerlingen te signaleren en vervolgens te bedienen. Dit systeem heet Sidi3. We vullen jaarlijks een groepssignalering in. Hieruit komt naar voren of er kenmerken van meer- en hoogbegaafdheid zijn, maar vooral ook of er signalen van zorg zijn. Je kunt hierbij denken aan problemen op het gebied van zelfbeeld, omgang en werkhouding.

 

Door vervolgens een zestigtal stellingen in te vullen wordt er duidelijker welke zorgen er zijn rondom de leerling. De leerkracht bepaalt hiermee welke behoeften er bij deze leerlingen zijn en speelt hierop in.

 

Door ouders en leerlingen ook vragenlijsten te laten invullen krijgen we nog meer aanvullende informatie om te bepalen wat een kind nodig heeft. Bij de leerlingvragenlijst kun je soms verrast zijn door de antwoorden. Het heeft dan meerwaarde om met deze leerling in gesprek te gaan.

 

Levelwerk

 

In de onder- en middenbouw krijgen leerlingen met kenmerken van meer- of hoogbegaafdheid Levelwerk aangeboden.

Wij hebben beschikking over Levelspel voor de kleuters en meerdere boxen Levelwerk voor de midden- en bovenbouw. In Levelwerk zit een rode draad waardoor je als leerkracht eenvoudig kan bepalen wat je deze leerlingen het beste kunt aanbieden.

Tijdens het werken aan dit programma kan er bijvoorbeeld ook hulp bij faalangst, onderpresteren, aanpakgedrag en sociale omgang met anderen gegeven worden.

Om met Levelspel en Levelwerk te kunnen werken, compacten wij bij de werklessen en de vakken spelling, taal en rekenen. Op deze manier krijgen leerlingen de ruimte om individueel of in groepsverband te werken aan verdiepende taken. Het gemaakte werk wordt regelmatig met de leerlingen besproken.

 

Plusklas

 

Leerlingen die in groep 6, 7 en 8 zitten en nog steeds signalen van zorg laten zien, krijgen een plek in de plusklas. Deze leerlingen worden in een commissie, bestaande uit de hoogbegaafdheidscoördinator, de directeur en de IB-er, besproken en geselecteerd en daarna op teamniveau besproken.

De lessen in de plusklas bestaan uit filosoferen, leren leren en het kwaliteitenspel. Tijdens het maken van een opdracht, wordt er aandacht besteed aan zaken als faalangst, samenwerken, doorzetten en perfectionisme. Dit wordt afgestemd op wat de leerling nodig heeft.

Er worden ook persoonlijke gesprekjes gevoerd over bijvoorbeeld taakaanpak, welbevinden, eigenwaarde of je positie in een groep.

Met de plusklas maken we ook wel uitstapjes. Bijvoorbeeld een bezoek aan de universiteit. Op bezoek bij een scheikundeleraar op het voortgezet onderwijs. We hebben proeven gedaan bij het Forum in Groningen. We hebben recent wiskundeles gevolgd. Ook doen we mee met de onlinelessen van de universiteit.

 

 

Moeilijklerende kinderen

 

Met onze methodetoetsen en citotoetsen signaleren wij leerlingen die moeite hebben met leren. Na een lange periode van extra hulp kan ervoor gekozen worden om een onderzoek te doen. Als hieruit blijkt dat een kind moeilijklerend is, kan er besloten worden een ontwikkelingsperspectief (OPP) op te stellen. De leerling werkt dan met een eigen programma aan andere doelen.

Waar het enigszins mogelijk is wordt voor deze leerlingen gekozen voor het compacten (inkorten) en vereenvoudigen van de stof die de hele groep aangeboden krijgt. Waar nodig wordt van de methodes die we in de school gebruiken een lager leerjaar gebruikt of zelfs een andere methode gekozen.

Deze kinderen stromen over het algemeen uit naar de laagste vorm van VMBO of het Praktijkonderwijs.

 

Doeklas

 

Vanuit een pilot die gefinancierd wordt uit de gelden passend onderwijs is er in onze school ook een middag in de week een doeklas ingericht.

Het eerste doel van de doeklas is om vanuit praktijkopdrachten tot leren te komen. Deze manier van werken wordt ook gehanteerd in het speciaal onderwijs voor m.n. leerlingen die uitstromen naar het praktijkonderwijs. In de middaguren zijn zij aan het leren door te koken of met techniek en groen bezig te zijn.

Het tweede doel is deze leerlingen een gevoel van eigenwaarde te geven. In gesprekjes tijdens de activiteiten, wordt gesproken over het feit dat leren vanuit boeken voor deze kinderen soms moeilijk is, maar dat zij door te doen laten zien dat ze tot veel in staat zijn.

Tijdens de praktijklessen passeren allerlei leerdoelen de revue. Zo leren de kinderen:

-Geldbedragen vergelijken. (Wat is de goedkoopste chocoladepasta?)

-Klokkijken (Hoe laat is de soep klaar?)

-Wegen (neem 200 gram gehakt)

-Meten (Knip voor je ballonwagentje een kartonnetje van 15×10 cm)

-Begrijpend lezen (Lees het recept nauwkeurig en voer het uit)

-Functioneel schrijven (Maak een boodschappenlijst of schrijf een uitnodiging voor een gast)

De leerlingen houden in een portfolio bij wat ze geleerd hebben en verzamelen foto’s en werk.

 

Plusklas

 

einstein plusklas